Stijn Verhalle (Exterior.be) over zijn werk met Groen Groeien (de vereniging van Vlaamse tuinaannemers) en slimme tuinbouw voor ieder terras – hoe klein ook.
De uitdagingen voor tuinaannemers stapelen zich op: een veranderend klimaat, striktere regelgeving en een nijpend personeelstekort zetten de sector onder druk. Maar tegelijk groeit het besef dat tuinen en hun ontwerpers een cruciale rol spelen in de leefomgeving van morgen. Landschaps- en tuinarchitect Stijn Verhalle gelooft sterk in die rol, én in het versterken van de sector van binnenuit. “We bereiken al heel wat tuinaannemers, maar dat mogen er gerust nog heel wat meer zijn.”
Stijn is actief in het bestuur van Groen Groeien, de vakfederatie voor Vlaamse tuinaannemers. Samen met zijn ploeg organiseert hij events, opleidingen en begeleidt de deelname aan beurzen zoals Green Expo, waar hij vorig jaar met zijn collega’s de Bosbar uitbaatte en een gedeelde stand had met Innoba, een leverancier van modulaire en duurzame tuinconstructies.
Klimaatuitdagingen als hefboom
Water is vandaag een van de heetste hangijzers in de tuinwereld. Droogteperiodes, oppompverboden en strenge regels maken het moeilijk om doordacht te plannen. “Zonder water kan je geen tuin aanleggen”, zegt Stijn. “Daarom denken steeds meer tuinaannemers op voorhand na over waterbeheer. Sommige collega’s planten niets meer zonder dat er een waterplan voorzien is.”
Wadi’s zijn tegenwoordig verplicht als oplossing voor de tijdelijke stockage van water, om de riolering te ontlasten. “Het komt er vooral op neer om hier creatief mee om te springen, zeker als je het esthetisch mooi wilt aanpakken”, vertelt Stijn. “Dit is echter niet voor iedereen de beste oplossing. We lopen voortdurend tegen vergunningseisen aan die niet sporen met de praktijk.”
Tuinaannemers als kennispartner
Het besef groeit bij tuinaannemers dat zij klanten actief kunnen begeleiden naar klimaatvriendelijke oplossingen. Zelfs kleine ingrepen, zoals een boom op de juiste plaats, het vervangen van verharding door esthetisch waterdoorlatend materiaal, maken een verschil. “De kentering is er. Het aanbod van duurzame materialen is groter dan ooit. Alleen: de kennis moet volgen.”
En daar knelt het schoentje. Vlaanderen telt ruim 10.000 tuinaannemers, maar relatief weinig zijn aangesloten bij de federatie. “Te weinig professionals scholen zich bij. Nochtans is dat noodzakelijk. Zonder actuele kennis ben je tegenwoordig een vogel voor de kat.”
Green Expo 2026 wordt daarom een belangrijk moment. “We willen zoveel mogelijk vakmensen mobiliseren om lid te worden. Met hoe meer we zijn, hoe sterker onze stem klinkt richting de wetgever. Want de praktijkervaring van tuinaannemers wordt vandaag nog te weinig meegenomen in beleid.”
Gemeenten en particuliere tuinen: een gespannen verhouding
Daarnaast ziet Stijn grote verschillen tussen hoe gemeenten omgaan met openbaar groen. “De ene gemeente is erg geëngageerd, anderen laten boomonderhoud of waterbeheer aan hun lot over. Er zijn voldoende mooie voorbeelden van gemeentes die het wél goed doen: met visie én in samenwerking met lokale aannemers.”
Hij pleit voor meer overleg, afstemming en realisme. “De regelgeving moet er zijn, maar ze moet in verhouding staan. 80 m² vrijgestelde verharding klinkt veel, tot je weet dat sommige tuinen 5.000 m² groot zijn. Dat moet anders geïnterpreteerd kunnen worden.”
Compact en duurzaam: de kracht van maatwerk met Innoba
Op Green Expo stelt Stijn eveneens tentoon met Innoba, waar hij consultant is voor de Belgische markt. Het bedrijf maakt modulaire plantenbakken, verticale tuinsystemen en inrichtingselementen in metaal of aluminium: volledig op maat en gericht op het optimaal benutten van beperkte ruimte.
“Innoba speelt perfect in op de trend van vergroenen in stedelijke context”, vertelt hij. “Op balkons, daken of kleine terrassen zijn hun oplossingen ideaal. In Wenen staan bijvoorbeeld meer dan 500 Innoba-bakken opgesteld als groene borstwering voor appartementen.”
Op naar Green 2026
“De uitdagingen zijn groot, maar de oplossingen bestaan. We moeten alleen meer samenwerken, kennis delen en realistisch beleid voeren. Dan kunnen we als sector écht het verschil maken”, besluit Stijn.
